Instelling & Controle

INSTELLING

  • Draai de waterkraan open en controleer of alle sensoren "dicht" zijn. Er mag nergens water druppelen! Zo nodig draait u de stelschroeven nog verder dicht.
  • Begin bij de laatste Tropf-Blumat van het systeem met de instelling, zodat het systeem kan ontluchten.

1. Draai de stelschroef open totdat water uit de druppelslang loopt.

2. Draai de stelschroef langzaam weer dicht totdat geen water meer loopt. Er dient nog net één druppel aan het slangeinde te blijven hangen.

3. Draai de stelschroef vervolgens nog 1/4 slag verder dicht (2 markeringspijlen).

3. Draai de stelschroef vervolgens nog 1/4 slag verder dicht (2 markeringspijlen).

CONTROLE

  • Controleer de waterafgifte na de installatie gedurende meerdere dagen. Stel de waterafgifte zo nodig bij door opendraaien (= meer water) of dichtdraaien (= minder water). Wees behoedzaam bij het verstellen, meestal volstaat een draai van 1/2 markeringspijl.
  • Laat u niet misleiden door droge grond aan het oppervlak. Het water verspreidt zich ondergronds. Alleen het gedeelte onder de druppelslang is meestal zichtbaar vochtig.

Laat de waterkraan altijd geopend resp. vul de watertank op tijd bij. Ook bij regen. Bij een langere onderbreking van de watertoevoer zuigen de wortels het water uit de Tropf-Blumat. Een Tropf-Blumat zonder watervulling functioneert niet!